HOOFDSTUK 4 @BRK#De sluitingsceremonie van de toetsingsbijeenkomst was altijd goed voor een lach en een traan. De Jagers en hun leerlingen schoven allemaal aan voor het afscheidsbanket, waarvoor het keukenpersoneel en de bediening speciaal uit kasteel Araluen en het nabijgelegen dorp werden overgebracht. Nu de bijeenkomst bijna was afgelopen, hoefde de plek waar die plaatsvond niet meer geheim gehouden te worden. Volgend jaar werd er weer een nieuwe locatie uitgezocht. De Jagers voerden gesprekken en vierden feest tot diep in de nacht, tot het onvermijdelijke moment waarop ze met z’n allen hun traditionele afscheidslied ‘Een huisje in het bos’ inzetten. De Jagers leidden een gevaarlijk, avontuurlijk leven en niemand kon zeggen hoeveel van de hier bijeengekomen leden van het korps elkaar volgend jaar nog zouden terugzien. En dus stonden ze op en omhelsden ze elkaar, wensten elkaar het beste en keken elkaar diep in de ogen. Ze wisten dat het afscheid van sommige van hun kameraden voor altijd was, alleen wisten ze nog niet van wie. Aanvankelijk was Gilan van plan geweest om onmiddellijk op de oproep van Arnaut in te gaan en meteen naar kasteel Araluen terug te keren, maar na enig beraad had hij toch besloten de sluitingsceremonie bij te wonen. ‘Eén dag zal niet zoveel uitmaken,’ zei hij tegen Halt. ‘En Arnaut is toch nog wel even bezig om zijn manschappen bijeen te krijgen. Ik ga morgenochtend vroeg weg.’ De meeste anderen volgden zijn voorbeeld. Ze pakten hun spullen in en vertrokken al voor zonsopgang. Nu de toetsingsbijeenkomst afgelopen was, wilden ze eigenlijk het liefst zo snel mogelijk naar hun thuisbasis om zich te laten bijpraten over de gebeurtenissen die zich tijdens hun afwezigheid hadden voltrokken. Will en Maddie konden wat meer tijd nemen omdat kasteel Redmont niet ver weg was, en dus zagen ze tijdens een rustig ontbijt hoe de een na de ander zijn spullen inpakte en vertrok. De gele plekken in het gras waar de afgelopen tien dagen de tentjes van de Jagers hadden gestaan hadden iets treurigs: ze waren er geweest, maar het was voorbij. Will keek om zich heen, het inmiddels bijna verlaten veld over. ‘Afscheid nemen is altijd droevig,’ zei hij, meer tegen zichzelf dan tegen Maddie. Maar ze antwoordde toch. ‘Mijn moeder had al gezegd dat jij daar zo over denkt – als jij ergens weggaat kijk je ook nooit meer achterom, hè?’ Hij glimlachte meewarig. ‘Dat klopt, ja. Ik kan nooit goed kijken naar wie of wat ik achterlaat. Tegenwoordig doe ik het wel wat vaker, omdat het zomaar de laatste keer kan zijn dat ik degene van wie ik afscheid neem zie.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Dat zal wel met het stijgen der jaren te maken hebben.’ Maddie schoot in de lach. ‘Stijgen der jaren? Het zijn juist je allerbéste jaren!’ ‘Ik zou je graag geloven,’ antwoordde hij. Hij zag iemand over het bijna lege veld aan komen lopen. ‘Nee, maar. Ik had me al afgevraagd of we Jenny nog zouden zien.’ Zijn vroegere weeshuisgenootje Jenny had gisteravond voor het eten en drinken gezorgd. Meester Buick, haar aloude mentor, was onlangs met pensioen gegaan. Ondanks alle pogingen van baron Arald was Jenny niet ingegaan op de uitnodigingen om de keukens op kasteel Redmont van Buick over te nemen. Ze hield van haar onafhankelijkheid en ze vond het fijn dat ze in het dorp haar eigen eethuis had. In plaats daarvan had ze een van haar eigen leerlingen opgeleid om de kasteelkeukens van Buick te kunnen overnemen. Bij speciale gelegenheden kwam ze nog wel af en toe op Redmont koken. Baron Arald koesterde die avonden en hij organiseerde ze dan ook zo vaak mogelijk. Will stond op om Jenny te begroeten. Hij kreunde zachtjes bij het opstaan, strekte moeizaam zijn benen en keek even naar Maddie. ‘Begrijp je nu wat ik met het ouder worden bedoelde?’ zei hij, terwijl hij een tikkeltje jaloers toekeek hoe makkelijk zij overeind kwam. Zelfs die oude heupwond leek haar nauwelijks nog parten te spelen. Hij draaide zich naar zijn oude vriendin. ‘Goedemorgen, Jenny. Jammer dat we elkaar gisteravond niet wat uitgebreider hebben gesproken.’ ‘Tja, ik had het nogal druk,’ antwoordde Jenny. Ze was een strenge en veeleisende baas voor haar keukenpersoneel en ze had erop gestaan dat het eten en drinken voor de Jagers aan de hoogste maatstaven voldeed. Ze hadden net tijd gehad om elkaar even kort te begroeten, maar verder had ze het vooral druk gehad. Will keek haar goedkeurend aan. Er liepen tegenwoordig wel een paar grijze strepen door haar blonde haar en ze was misschien ook wel wat ronder dan vroeger – een van de gevolgen van haar voorliefde voor goed eten en het vele proeven van alles wat ze opdiende – maar graatmager was ze als kind al nooit geweest en die paar pondjes extra stonden haar goed. ‘Je bent nog net zo mooi als vroeger,’ zei hij, maar ze wuifde het compliment ongeduldig weg. ‘En jij ziet eruit als een oude grijze wolf,’ zei ze. ‘Wat is er toch gebeurd met dat frisse snoetje waarnaast ik ben opgegroeid?’ ‘De druk van de verantwoordelijkheden,’ antwoordde Will. ‘Ik heb nu ook deze vreselijke leerling om in de gaten te houden.’ Jenny glimlachte hartelijk naar Maddie. Toen Maddie net op Redmont was komen wonen hadden ze zo hun problemen gehad – vooral omdat Maddie nogal hooghartig had aangenomen dat Jenny haar als ‘hoogheid’ zou aanspreken. Sindsdien waren ze echter goed bevriend geraakt. ‘Hoi Maddie, hoe is het?’ vroeg ze. Maddie lachte breed. ‘Heel goed, Jenny,’ antwoordde ze. ‘Heb je trek in koffie?’ Ze gebaarde naar de pot in de gloeiende kolen naast het vuur, maar Jenny schudde haar hoofd. ‘Ik moet zo terug, want mijn mensen zijn aan het inpakken. Straks laten ze mijn beste potten en pannen hier achter en moet ik ze later nog komen ophalen.’ ‘Gilan is vanochtend al vroeg vertrokken,’ vertelde Will. Jenny knikte. ‘Ja, hij is nog langs geweest en we hebben even de tijd voor elkaar gehad.’ Nu ze eraan terugdacht glimlachte ze weer. Will keek haar met een vragende blik aan. ‘Wat denk je? Is er enige kans dat je met je hele restaurant naar kasteel Araluen verhuist?’ Jenny hoefde niet lang over haar antwoord na te denken. ‘Nee. Ik heb wel geopperd dat Gilan zijn hoofdkwartier naar Redmont zou verhuizen. Daar is toch niets op tegen?’ Jenny en Gilan waren al jaren ‘een stel’, maar ze zagen elkaar niet vaak omdat ze niet bij elkaar in de buurt woonden. Jenny had het al jaren druk met haar eethuis in Wensley, vlak bij Redmont, terwijl Gilan op kasteel Araluen gestationeerd was. Will haalde zijn schouders op. ‘Hij vindt waarschijnlijk dat hij in de buurt van Arnaut en Evanlyn moet zitten.’ Maar Jenny’s blik maakte duidelijk dat ze dat maar flauwekul vond. ‘Er zijn toch duiven om berichten mee te versturen,’ zei ze. ‘En het is ook maar een paar dagen rijden, nog minder zelfs op die beroemde paarden van jullie. Ik zie het probleem niet.’ Will hield zijn beide handen opengesperd voor zijn borst, als teken dat hij verder niet in deze discussie betrokken wilde worden – hoewel hij het diep vanbinnen wel met Jenny eens was. Gilan kon best vanuit Redmont werken, en als hij dat deed was hij ook nog eens vlak bij Halt en Will, de twee Jagers die de leiding over hem hadden. ‘Ik denk dat ik dat probleem maar even aan jullie overlaat,’ zei hij. Jenny liep naar hem toe en omhelsde hem. ‘Ach, ooit komen we er wel uit,’ zei ze. ‘Zorg jij maar goed voor jezelf. Gilan vertelde me dat jullie binnenkort naar het noordwesten afreizen?’ ‘Dat klopt,’ antwoordde Will. ‘Halt en ik moeten daar eens een beetje rondkijken. Maddie gaat terug naar kasteel Araluen.’ Hij voelde hoe Maddie zich geschrokken naar hem toe draaide en hem vragend aankeek. ‘Ik dacht dat ik met Halt en jou mee zou gaan,’ zei ze. Maar hij schudde resoluut zijn hoofd. ‘Je moeder verwacht je weer op Araluen,’ zei hij. ‘Ze heeft je al een jaar niet gezien.’ Hij zag de verbetenheid van haar gezicht afspatten. Hij begreep dat hier het laatste woord nog niet over was gezegd. @BRK#‘Maar waarom?’ vroeg Maddie hem voor de vijftiende keer. ‘Waarom kan ik niet met Halt en jou mee? Ik ben toch ook een Jager?’ ‘Omdat je moeder wil dat je haar bezoekt,’ antwoordde Will geduldig. ‘Je gaat toch elk jaar na je examens voor vakantie naar huis?’ ‘Als ik elk jaar ga kan ik toch ook wel een keertje overslaan? En ik kan trouwens best eerst met Halt en jou meereizen en daarna naar huis gaan.’ ‘We weten niet hoelang we aan de grens bezig zullen zijn,’ antwoordde Will. ‘Dat kan weken duren, of misschien wel een maand.’ ‘Nou ja, zeg! Gilan zei dat het maar vage geruchten waren. De kans is groot dat het allemaal niks voorstelt en dat we over een week of twee weer thuis zijn.’ ‘Nee,’ zei Will vastbesloten, en hij hoopte dat zijn weigering om verder op de inhoud van haar woorden in te gaan een einde aan de discussie zou maken. Maar Maddie gaf zich niet zo makkelijk gewonnen. ‘Waarom dan niet?’ vroeg ze. ‘Leg me dan uit: waarom niet?’ En dat was de zestiende en zeventiende keer, dacht Will. Hij zuchtte diep. ‘Je moeder heeft me nog altijd niet vergeven dat ik je bij de Jagers heb gehaald,’ zei hij. Ze wuifde zijn woorden achteloos weg. ‘Daar kon jij niks aan doen. Dat lag aan Gilan en Halt.’ ‘Dat zou kunnen, maar ik ben degene die jou je training geeft, dus is het mijn schuld dat je elk jaar verder mag.’ ‘Wil ze liever dat ik het verknoei of zo?’ vroeg Maddie. ‘Nee, dat ook weer niet. Ze is heel trots op je. Maar aanvankelijk dacht ze dat jij het als leerling hooguit een jaar zou volhouden. Ze zou het dus ook niet zó erg vinden als je moest stoppen en weer naar huis kwam. Voorlopig houdt ze vast aan haar eis dat je minstens een maand per jaar naar huis moet komen, en daar wil ik verder niet tussenkomen.’ Maddie stak haar onderkaak demonstratief naar voren. ‘Begrijp ik nou goed dat je bang bent voor mijn moeder?’ daagde ze hem uit. Will keek haar aan zonder met zijn ogen te knipperen. ‘Reken maar,’ antwoordde hij. @BRK#In hun huisje in het bos bij Redmont waren ze druk bezig met het inpakken van hun spullen voor hun beider tochten. Zoals gewoonlijk propte Will wat kleren en zijn materiaal gedachteloos in zijn zadeltas, net zo lang duwend en schuivend tot alles erin zat. Maddie pakte daarna alles weer uit, vouwde zijn kleren netjes op en stopte ze weer in de tas, die plotseling nog niet halfvol bleek te zijn. ‘Dat is toch nergens voor nodig,’ zei Will. Ze keek hem aan alsof hij niet helemaal goed snik was. ‘Als ik dit niet doe zijn ze helemaal verkreukeld als jij ze er weer uithaalt,’ legde ze hem uit. Hij haalde zijn schouders op. ‘Nou en? Als ik ze een halfuurtje aan heb zijn die kreukels wel weer verdwenen.’ Hij dacht even na en corrigeerde zichzelf. ‘Nou, na een uurtje toch zeker wel.’ Maddie had aanzienlijk meer tijd nodig om in te pakken. Zij moest niet alleen haar Jagerskleren inpakken, maar ook de jurken, mantels en gewaden die een prinses geacht werd te dragen. Onderweg naar kasteel Araluen zou ze haar andere identiteit weer aannemen. Dat Maddie bij de Grijze Jagers zat werd in het koninkrijk strikt geheimgehouden. De Jagers zelf wisten het natuurlijk wel, maar Jagers konden goed geheimen bewaren. Er waren nog wel een paar mensen, zoals baron Arald en zijn vrouw, die wisten dat ze lid van het korps was geworden, maar de rest van de bevolking had er geen idee van. Hare hoogheid prinses Madelyn was tweede in lijn voor de troonopvolging en het kon gevaarlijk zijn als bekend werd dat ze bij de Jagers zat. Er bestond altijd de kans dat vijanden van het koninkrijk haar dan zouden proberen gevangen te nemen of te doden. Als leerling-Jager was Maddie een van de velen en trok ze geen bijzondere aandacht. De meeste mensen namen aan dat ze op kasteel Redmont woonde en daar door vrouwe Sandra werd bijgeschoold in diplomatie en het ontvangen van gasten. De enige andere die van de dubbelrol van Maddie wist was haar hofdame, Ingrid. Toen Maddie voor het eerst op de training verscheen had ze een hofdame en een onwaarschijnlijke berg bagage meegenomen. Will had het meisje en het merendeel van de spullen linea recta terug naar kasteel Araluen gestuurd en Maddie uitgelegd dat een leerling-Jager zijn eigen was deed en zelf zijn kleren repareerde. In de jaren daarna werd echter duidelijk dat Maddie wel een meisje nodig had om haar te vergezellen als ze aan het eind van het leerjaar weer naar huis ging, en daarvoor was de keus op Ingrid gevallen. Tijdens het jaar verbleef Ingrid op kasteel Redmont en werkte ze voor vrouwe Sandra, en als Maddie naar huis ging hield zij haar gezelschap. Op de dag van haar vertrek kwam Ingrid naar haar toe, met Maddies Arridische ruin Zonnedanser. Een erfgename van de troon mocht natuurlijk niet op een onooglijk Jagerspaard worden gezien. De sierlijke Zonnedanser was een veel geschikter paard voor een adellijke dame. Maddie reed natuurlijk gewoon op Bumper tot ze haar identiteit als prinses aannam, en vanaf dat moment deed het kleine paard zogenaamd dienst als drager. ‘Het spijt me,’ zei ze tegen Bumper terwijl ze hem over zijn zachte neus aaide. ‘Dat is natuurlijk ver beneden jouw waardigheid.’ Het wekte zowaar de indruk dat Bumper haar excuses achteloos wegwuifde. Als jij je kunt kleden als de paspop van een deftige kleermaakster, kan ik wel een paar pakjes dragen hoor.